virus pootaardappelen

(Poot)aardappelen; voorkomen van verspreiding van virus.

Persistent virus

Persistent virus zoals het bladrolvirus wordt door luizen overgebracht. Het bladrolvirus wordt door de luis opgenomen van een zieke plant en kan na 6-8 uur weer afgegeven worden door de luis. Dit virus blijft na opname in de luis (persistent) aanwezig. Een persistent virus kunt u bestrijden met (systemische) luisdoders. Pyrethroïden en olie hebben maar heel beperkt effect op bladrolvirus. Sterke luisdoders als Sivanto Prime en Gazelle / Antilop hebben een goede werking. Nematicide Nemathorin heeft als nevenwerking ook luisdoding en heeft daarbij ook een werking tegen het bladrolvirus tot enkele weken na opkomst.

 

Non-persistent

Non-persistente virusoverdracht in aardappelen vindt ook plaats door bladluizen. Deze kunnen het virus opnemen van een zieke plant en direct overbrengen naar gezonde planten.

Dit gebeurt door besmetting aan de prikbuis waarmee de luis zicht voedt. Dit gaat razendsnel en na het aanprikken van enkele gezonde planten is de luis dit virus weer kwijt (non-persistent).

Dit virus kunt u dan ook alleen maar beperken, nooit bestrijden.

 

Hieronder een indeling van middelen en zo goed als mogelijk weergegeven wat de maximaal mogelijke virusbeperking is. De maximaal mogelijke virusbeperking wordt beïnvloed door de luisdruk en de virusdruk (vectordruk) voornamelijk binnen het perceel.

 

1. Minerale olie

Voorbeelden: Olie-H / Kompaan en Sipspray e.a.

Werking: Minerale olie is van oudsher bekend om zijn virusreductie in pootaardappelen. De werking berust op het schoonwassen van de prikbuis wanneer de luis door de film van olie het blad aanprikt. Het verschil in effectiviteit van de verschillende oliën zit in de lengte van de koolstofketens. Hoe langer de keten, hoe stroperiger de olie hoe beter de werking.

Effectiviteit: Minerale olie 12 ltr/ha geeft een effectiviteit van ongeveer 65-70% **  

Opmerking: Olie maakt het gewas moeilijk selecteerbaar, geeft in perioden van neerslag veel stengelbreuk en invalspoorten voor sclerotinia en phytophthora

 

2. Pyrethroïden

Voorbeelden: Sumicidin Super, Sumi Alpha en Decis Protech.

Werking: Pyrethroïden worden opgenomen in de waslaag van de plant. De werking berust op de afwerende werking van deze middelen. Hierdoor is de plant min of meer onaantrekkelijk voor de luizen. Als luisdoder zijn deze middelen minder sterk, mits ze er direct mee in aanraking komen. Luisdodend zijn deze middelen traagwerkend en niet op alle soorten luizen even effectief.

Effectiviteit:

Sumicidin Super/ SumiAlpha 0,2 ltr/ha heeft een effectiviteit van 55-60% **

Sumicidin Super/ SumiAlpha 0,2 ltr/ha + 4-6 ltr minerale olie heeft een effectiviteit van 70-80% **

 

3. Luisdoders

Voorbeelden: Sivanto Prime, Gazelle / Antilop en Pirimor

Werking: De middelen Sivanto Prime en Gazelle / Antilop werken systemisch door de plant. Veelal opwaarts in de sapstroom, hierdoor is het belangrijk tijdig met luisdoders te beginnen.

Pirimor werkt door dampwerking en werkt relatief kort, maar is wel uiterst geschikt om eventuele luizen onder gaasdoek te doden.

Effectiviteit: Luisdoders uit deze groep hebben in een virusvrij gewas weinig effectiviteit op non-persistente virussen. (Echter persistente virussen bestrijden ze voor vrijwel 100%). De tijd tussen in aanraking komen van de luis met het middel en de doding duurt vaak 4-8 uur, in deze tijd kan de luis nog voor veel virusoverdracht zorgen.

Voor non-persistente virussen geldt dat deze middelen een toenemende effectiviteit hebben op virusoverdracht naarmate er meer viruszieke planten in het perceel staan..

 

 4. Nematiciden (met systemische werking)

Voorbeeld: Nemathorin

Werking:  Nemathorin heeft naast een aaltjesdodende werking ook een (nevenwerking) systemisch luisdodende werking van 50 dagen na het planten van de aardappelen. Dit is dus tot maximaal 2 weken na opkomst.

Effectiviteit: Deze werking vervangt dus de werking van systemische luisdodende middelen. Dus niet van pyrethoïden en minerale olie welke een mate van beperking hebben in de virusoverdracht.

 

5. ICM - intergrated crop management

Wat maakt uw gewas minder aantrekkelijk voor luis? Een mooi aardappelperceel wat egaal opkomt, geen onregelmatigheden kent, een goede bodemstructuur heeft etc. is minder aantrekkelijk dan een onregelmatig perceel. Dit kan al heel veel uitmaken in de toename van virus. Ook boomwallen, singels, luwten van vegetatie in bermen kan voor veel uitbreiding zorgen. Daarnaast speelt bemesting ook een belangrijke rol. Veel stikstof overbemesting zorgt voor meer hergroei en maakt het gewas aantrekkelijker voor luis. Ook de stikstofvorm nitraat, amonium of ureum waarmee u bemest maakt een verschil in aantrekkelijkheid voor de luis.  

Stro tussen de ruggen: Wordt wel toegepast. Het is de vraag of dit echt iets toevoegd. Hier ligt nog te weinig betrouwbaar onderzoek aan de basis om hier een uitspraak over te doen.

Snelle vermeerdering: Door snelle vermeerdering d.m.v. mini-knollen kan het traject van miniknol naar afleverbaar pootgoed enkele jaren versneld worden. Dit scheelt tijd en selectiewerk. Zeker als dit deels onder luisdoek vermeerderd wordt.

Luisdoek / gaastunnel: Een goed opgezette gaastunnel of luisdoek is de beste methode. Belangrijk is dat er geen enkele luis onder het doek komt of dat er geen enkele virusplant onder staat. Dit is de beste methode voor virusvrij vermeerderen van hoog geklassificeerd pootgoed.

Veredeling: Ook zal de noodzaak van veredeling van nieuwe rassen een groter deel moeten bijdragen aan het virusvrij houden van aardappelen, maar kost veel tijd.

 

 ** = de beperking van overdracht in een vrijwel virusvrij perceel

 

Hoe verkrijg ik de beste virus-beperking in pootaardappelen:

  • Selectie, het snel virusvrij maken van het perceel is de basis om uitbreiding te voorkomen.
  • Houd een kort spuitinterval aan wanneer het gewas snel groeit een 5-6 daags spuitinterval met Sumicidin Super/ SumiAlpha 0,2 ltr/ha (en minerale olie)
  • Houd uw gewas luisvrij vanaf opkomst met systemische luisdoders (bladrolvirus)
  • Het toevoegen van hechters of uitvloeier verbetert de werking van de pyrethroïden nauwelijks. Afbraak van deze middelen wordt door zonlicht versneld. Spuit het liefst vanaf 16.00 uur in de middag voor de meest effectieve werking
  • Verbeter de kwaliteit van het spuitwater met Intake, water met de juiste pH van 5,3-5,6 geeft de beste indringing in de waslaag waardoor de effectiviteit van de pyrethroïden toeneemt.
  • Een kort spuitinterval van 5-6 dagen geeft doorgaans het beste resultaat. Pas de dosering van de phytophthora bestrijding aan op de virusbeperking.

 

Heeft u nog vragen of wilt u onze mening over de virusbeperking vraag onze teeltmanagers.

Ten Brinke b.v. wijst u erop dat u haar niet aansprakelijk kunt stellen voor schade die uit geschreven adviezen, noch uit adviezen die vanuit onze medewerkers komen. Wij adviseren u alvorens u gewasbeschermingsmiddelen gaat toepassen het wettelijk gebruiksvoorschrift en de gebruiksaanwijzing op de desbetreffende verpakking(en) te lezen en hierna te handelen.

Informatie aanvraag
Na het invullen van onderstaand formulier nemen wij z.s.m. contact met u op.
Chat met ons
Ten Brinke b.v.
Uw vraag is onze uitdaging!
online
Wat kunnen we voor u betekenen?
20:16