0527274030
Nieuws
/
Mijn Ten Brinke
Persistent virus zoals het bladrolvirus wordt door luizen overgebracht. Het bladrol virus wordt door de luis opgenomen van een zieke plant en kan na 6-8 uur weer afgegeven worden door de luis. Dit virus blijft na opname door de luis in de luis (persistent) aanwezig. Persistent virus kunt u bestrijden met (systemische) luisdoders. Pyrethroiden en olie hebben maar heel beperkt effect op bladrolvirus. Sterke luisdoders als Sivanto Prime en Gazelle / Antilop hebben een goede werking. Nematicide Nemathorin heeft als nevenwerking ook luisdoding en heeft daarbij ook een werking tegen het bladrolvirus tot enkele weken na opkomst.
Non-persistente virusoverdracht in aardappelen vindt ook plaats door bladluizen. Deze kunnen het virus opnemen van een zieke plant en direcct overbrengen naar gezonde planten.
Dit gebeurt door besmetting aan de prikbuis waarmee de luis zicht voedt. Dit gaat razendsnel en na het aanprikken van enkele gezonde planten is de luis dit virus weer kwijt (non-persistent).
Dit virus kunt u dan ook alleen maar beperken, nooit bestrijden.
Hieronder een indeling van middelen en zo goed als mogelijk weergegeven wat de maximaal mogelijke virusbeperking van deze middelen is. De maximaal mogelijke virusbeperking wordt beinvloed door de luisdruk en de virusdruk voornamelijk binnen het perceel.
Voorbeelden: Olie-H / Kompaan en Sipspray
Werking: Minerale olie is van oudsher bekend om zijn virusreductie in pootaardappelen. De werking berust op het schoonwassen van de prikbuis wanneer de luis door de film van olie het blad aanprikt. Het verschil in effectiviteit van de verschillende olien zit in de lengte van de koolstofketens. Hoe langer de keten, hoe stroperiger de olie hoe beter de werking.
Effectiviteit: minerale olie 12 ltr/ha geeft een effectiviteit van ongeveer 65-70%
Opmerking: olie maakt het gewas moeilijk selecteerbaar, geeft in perioden van neerslag veel stengelbreuk en invalspoorten voor sclerotinia en phytophthora
Voorbeelden: Sumicidin Super, Sumi Alpha en Decis Protech.
Werking: Pyrethroiden worden opgenomen in de waslaag van de plant. De werking berust op de afwerende werking van deze middelen. Hierdoor is de plant min of meer onaantrekkelijk voor de luizen. Als luisdoder zijn deze middelen minder sterk, mits ze er direct mee in aanraking komen. Luisdodend zijn deze middelen traagwerkend en niet op alle soorten luizen even effectief.
Effectiviteit:
Sumicidin Super/ SumiAlpha 0,2 ltr/ha heeft een effectiviteit van 55-60%;
Sumicidin Super/ SumiAlpha 0,2 ltr/ha + 4-6 ltr minerale olie heeft een effectiviteit van 70-80%
Voorbeelden: Sivanto Prime, Gazelle / Antilop en Pirimor
Werking: De middelen Sivanto Prime en Gazelle / Antilop werken systemisch door de plant. Veelal opwaarts in de sapstroom, hierdoor is het belangrijk tijdig met luisdoders te beginnen.
Pirimor werkt door dampwerking en werkt relatief kort, maar is wel uiterst geschikt om eventuele luizen onder gaasdoek te doden.
Effectiviteit: Luisdoders uit deze groep hebben in een virusvrij gewas weinig effectiviteit op non-persistente virussen. (Echter persistente virussen bestrijden ze voor vrijwel 100%). De tijd tussen in aanraking komen van de luis met het middel en de doding duurt vaak 4-8 uur, in deze tijd kan de luis nog voor veel virusoverdracht zorgen.
Voor non-persistente virussen geldt dat deze middelen een toenemende effectiviteit hebben op virusoverdracht naarmate er meer viruszieke planten in het perceel staan.
Voorbeeld: Nemathorin
Werking: Nemathorin heeft naast een aaltjesdodende werking ook een (nevenwerking) systemisch luisdodende werking van 50 dagen na het planten van de aardappelen. Dit is dus tot maximaal 2 weken na opkomst.
Effectiviteit: Deze werking vervangt dus de werking van systemische luisdodende middelen. Dus niet van pyrethoiden en minerale olie welke een mate van beperking hebben in de virusoverdracht.
Wat maakt uw gewas minder aantrekkelijk voor luis. Een mooi aardappelperceel wat egaal opkomt, geen onregelmatigheden kent, een goede bodemstructuur heeft etc. is minder aantrekkelijk dan een onregelmatig perceel. Dit kan al heel veel uitmaken in de toename van virus. Ook boomwallen, singels luwten van vegetatie in bermen kan voor veel uitbreiding zorgen. Daarnaast speelt bemesting ook een belangrijke rol. Veel stikstof overbemesting zorgt voor meer hergroei en maakt het gewas aantrekkelijker voor luis.
Stro tussen de ruggen: wordt wel toegepast. Het is de vraag of dit echt iets toevoegd. Hieraan ligt nog te weinig betrouwbaar onderzoek aan de basis om hier een uitspraak over te doen.
Snele vermeerdering: door snelle vermeerdering dmv mini-knollen kan het trajet van miniknol naar afleverbaar pootgoed enkele jaren versneld worden. Dit scheel tijd en selectie werk. Zeker als dit deels onder luisdoek vermeerderd wordt.
Luisdoek / gaastunnel: een goed opgezette gaastunnel of luisdoek is de beste methode. Belangrijk is dat er geen enkele luis onder het doek komt of dat er geen enkele virusplant onder staat. Dit is de beste methode voor virusvrij vermeerderen van de hoog geklassificeerd pootgoed.
Veredeling: ook zal de noodzaak van veredeling van nieuwe rassen een groterdeel moeten bijdragen aan het virusvrij houden van aardappelen.
Heeft u nog vragen of wilt u onze mening over de virusbeperking vraag onze teeltmanagers.
Ten Brinke b.v. wijst u erop dat u haar niet aansprakelijk kunt stellen voor schade die uit geschreven adviezen, noch uit adviezen die vanuit onze medewerkers komen. Wij adviseren u alvorens u gewasbeschermingsmiddelen gaat toepassen het wettelijk gebruiksvoorschrift en de gebruiksaanwijzing op de desbetreffende verpakking(en) te lezen en hierna te handelen.