Naar inhoud

Groenbemesters; structuur, organische stof en het bestrijden van schadelijke aaltjes.

04 juli 2018

Groenbemesters worden belangrijk, niet alleen voor de organische stof of de structuur en bodemleven maar ook voor de bestrijding van schadelijke aaltjes in het bouwplan. Maak de juiste keuze zodat schadelijke aaltjes op een laag niveau blijven in het bouwplan. Lees hieronder meer.

De teelt van groenbemesters is in toenemende mate belangrijk om de bodemvruchtbaarheid (verse organische stof) van de grond te verbeteren of in tact te houden. Ook wordt een groenbemester steeds meer gezien als tussengewas om stikstof (nitraatstikstof) vast te leggen zodat deze niet uitspoelt naar het grondwater. De groenbemester wordt voor de volgende teelt weer door de grond gewerkt zodat bij vertering de stikstof weer vrijkomt voor een nieuw gewas.

 

De laatste jaren krijgen groenbemesters steeds meer aandacht om schadelijke aaltjes terug te dringen in een bouwplan. Dit kan in beperkte mate heel erg goed door de juiste groenbemester te kiezen met de juiste resistentie. Nu en in de toekomst hebben we dit hard nodig om een "intensief" bouwplan te handhaven.  Door een beetje verschuiving in het bouwplan is het goed mogelijk sommige aaltjes (o.a. vrijlevend aaltje) goed in de hand te houden.

 

De keuze van groenbemesters wordt veelal bepaald door het zaai-tijdstip, de conditie van de bodem en de aanwezigheid van bodemgebonden ziekten.  De volgende groenbemesters zijn bij Ten Brinke b.v. uit voorraad leverbaar:

 

- Grasgroenbemesters  25-35 kg/ha

Engelsraaigras (Akkergrasmix Engelsraai  GLB)

Italiaansraaigras (Intermezzo Italiaansraai GLB)

 

Meest gebruikte groenbemesters zijn de grassen engels, italiaans en westerwoldsraai. Grassen leveren veel organisch materiaal en zijn weinig structuurgevoelig. Eventueel kan ook nog een onkruidbestrijding uitgevoerd worden. Grasgroenbemesters zijn niet verwant aan de meeste rooivruchten. Nadeel van grasachtigen is, dat zij het vrijlevend wortelaaltje (Trichodorus) vermeerderen.

 

- Japanse haver 60-80 kg/ha

​Japanse haver (Humusmix "Vitalli" GLB)

 

Japanse haver ontwikkelt zich zeer snel en geeft zeer veel organische stof per ha, meer dan een grasgroenbemester. Japanse haver is veelal resistent tegen M. Hapla maar vermeerdert het vrijlevend wortelaaltje. Op dit moment is nog niet bewezen of hierin rasverschillen zijn. Wel lijkt het hoopvol dat het ras Vitalli hierin de voorkeur zal hebben. 

 

- Bladrammenas 20-25 kg/ha

Multi Nemamix vroeg ("Anaconda" GLB) - BCA 1 of BCA 2 resistent

Drakula - BCA 1 of BCA 2 resistent + M. Chitwoodi + M. Hapla resistent (niet GLB)

Doublet - BCA 1 of BCA 2 resistent + M. Chitwoodi resistent (GLB)

 

Bladrammenas bezit doorgaans een goede resistentie tegen het bietencysteaaltje (rasafhankelijk). Hiervoor worden ze dan ook vaak ingezet, daarnaast kan het vrijlevende wortelaaltje (Trichodorus) zich slecht vermeerderen op de bladrammenas. Drakula heeft nog een extra resistentie tegen M. Hapla.  Verder beschikken deze groenbemesters over een penwortel die diep kan wortelen en storende lagen in de grond kan doorbreken waardoor de doorlaatbaarheid van de bodem verbetert.

 

- Biofumgatie mengsels 25-30 kg/ha

Biovitaalmix (Bladrammanas "Anaconda" + Zwaardherik GLB))

 

Biovitaalmix is bij biofumigatie het mengsel dat bij het onderwerken meer gluconolaten laat vrijkomen bij het hakselen. Deze stof wordt omgezet met het enzym myrosianase tot de stof Insothiocyanaat welke dodelijk is voor schadelijke aaltjes. Daarnaast bezit het mengsel ook uit zichzelf al een resistentie tegen bietencyste en M. Chitwoodi aaltjes.

Door het inspitten van het verhakselde gewas (verse organische stof) krijgt het bodemleven ook een enorme stimulans waardoor een positief effect verkregen wordt op de bodemvruchtbaarheid.

 

- Tagetes (afrikaantjes) 5-10 kg/ha

Tagetes o.a.  Erecta

 

Afrikaantjes zijn de laatste jaren wat in opkomst omdat deze plant de populatie van het vrijlevende wortellesieaaltje (Pratylengus penetrans) kan terugdringen. Bepaalde grondsoorten zijn gevoelig voor dit aaltje (zandgronden). Door een tussenteelt met Afrikaantjes is dit probleem deels opgelost.

 

- Gele mosterd 20-25 kg/ha

​Multi Nemamix laat (GLB)

 

Gele mosterd kan nog laat gezaaid worden. De gele mosterd bezit een resistentie tegen bietencysteaaltjes (BCA2) en zorgt voor een snelle grondbedekking.  De gele mosterd bloeit relatief laat en sterft snel af bij vorst.

 

- Zaairogge 80 -100 kg/ha

Rogge (winterrogge) wordt als groenbemester vrij veel gebruikt in lichte zavel en zandgronden welke in het voorjaar geploegd worden. Rogge kan laat in de nazomer of herfst nog gezaaid worden. Rogge is een gewas wat onder koude omstandigheden lang doorgroeit. Op deze wijze wordt de bodem toch nog bedekt in de winter, zodat deze minder snel verslempt en doorlaatbaar blijft. Nadeel van rogge is de vermeerdering van vrijlevende aaltjes (Trichodorus). Doordat zaairogge over het algemeen laat wordt gezaaid zal de vermeerdering wel beperkt blijven.

 

- Diverse andere groenbemestingsgewassen

De onderstaande groenbemestingsgewassen zijn ook leverbaar. Will u hier meer over weten neem dan contact op met onze teeltmanagers.

Facelia

Klaver

Voederwikken

Bladkool

Lupinen

 

Vlinderbloemige groenbemesters als klaver, wikken en lupinen worden veel gebruikt in de biologische landbouw om stikstof uit de lucht te binden en vast te leggen in wortelknobbeltjes (Rhizobium). Op deze wijze worden de na- teelten voorzien van een betere bemesting en een betere bodemstructuur.

 

Heeft u vragen of wilt u weten welke groenbemester het beste in uw bouwplan past, vraag of bel onze teeltmanagers.

Tags:

groenbemester
Duurzaamheid
Gezonde bodem
Bouwplan
Aaltjesbestrijding

Informatie aanvraag

Wij hebben enkel uw naam, telefoon en/of email nodig.

Na het versturen nemen wij z.s.m. contact met u op.